• Investeert voortdurend in kennis
  • Pro-activiteit
  • Een persoonlijke service
  • Pragmatisch & Dynamisch
  • Uw boekhouding online

Interesse?

Contacteer ons vrijblijvend via onze contact- pagina of telefonisch via 055/30.14.41 

Fiscale maatregelen van de relancewet

Gepost op 26 september 2018 in Fiscaliteit

Op 30 maart 2018 werd de wet betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze houdt verschillende fiscale maatregelen in, zoals onder andere de uitbreiding van “ploegenarbeid” naar werken in onroerende staat op werven en de fiscale gunstmaatregelen voor “startersjobs”.

Ploegenarbeid in bouw en aanverwante sectoren goedkoper

Vanaf 1 januari 2018 werd de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid retroactief uitgebreid naar werken in onroerende staat op werven. Deze maatregel is een onderdeel van de voorziene lastenverlaging voor de bouw en aanverwante sectoren.

Nacht- en ploegenarbeid: einde “individuele benadering”

Naast bovengenoemde uitbreiding, wordt ook de gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor nacht- en ploegenarbeid gewijzigd door de relancewet die eveneens retroactief in werking trad op 1 januari 2018.
Het percentage van de vrijstelling zal niet meer worden toegepast op de “belastbare bezoldigingen”, maar op het “totaal van de belastbare bezoldigingen van al de werknemers op wie de vrijstelling van toepassing is” (dus op niveau van de werkgever). De zogenoemde individuele benadering wordt hiermee opgeheven. Een eventueel overschot van bedrijfsvoorheffing van een werknemer die in aanmerking komt voor de vrijstelling zal dan kunnen worden overgeheveld naar één of meerdere andere werknemers die een tekort hebben.
Deze maatregel geldt zowel van de “klassieke” ploegenarbeid (22,8%), als voor de uitbreiding naar bouw en aanverwante sectoren.

Starterslonen voor jongeren fiscaal interessanter

Om de tewerkstellingsgraad van jongeren zonder werkervaring te verbeteren worden de ‘startersjobs voor jongeren’ ingevoerd.

Vanaf 1 juli 2018 mogen werkgevers jongeren (onder 21 jaar) onder bepaalde voorwaarden aan een lager loon tewerkstellen dan het barema.  In ruil daarvoor moet de werkgever de jongere wel een forfaitaire netto-toeslag betalen die vrij is van RSZ en bedrijfsvoorheffing, zodat deze geen netto-loonverlies lijdt door de vermindering.

De werkgever kan dan wel genieten van een (nieuwe) gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing ten belope van het bedrag van de forfaitaire toeslag die betaald is geweest aan de jonge werknemers.

Deze maatregel is enkel van toepassing voor jongeren wiens arbeidsovereenkomst werd gesloten op of na 1 juli 2018.

Andere fiscale maatregelen

  • Forfaitaire beroepskosten: Sinds 1 januari 2018 (aanslagjaar 2019)  kunnen ook genieters van winsten, zoals nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen toepassing maken van een kostenforfait. Deze bedraagt 30% van de brutowinst en kan nooit hoger zijn dan 2.950,00 euro (te indexeren basisbedrag)
  • Alleenstaande ouder met laag inkomen: Er traden twee maatregelen retroactief in werking vanaf aanslagjaar 2018. Enerzijds werd voorzien in een verhoging van het belastingvrij minimum voor belastingplichtigen met een laag inkomen die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Tevens hebben deze personen ook recht op een verhoogde belastingvermindering voor hun kosten van kinderoppas.
  • Achterstallen: (afzonderlijk belastbare vergoedingen): het toepassingsgebied van deze regeling werd uitgebreid tot vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel (vervangingsinkomsten) van winst, baten en bedrijfsleidersbezoldigingen (behoudens uitzonderingen van toepassing op vergoedingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2018);
  • Duaal pensioensparen: Wie aan pensioensparen wil doen, heeft vanaf 2018 de keuze tussen het huidige stelsel waarbij het fiscaal maximaal te storten bedrag gelijk is aan 960 euro (in 2018)  en een belastingvermindering van 30%; of het nieuwe stelsel, waarbij een verhoogd bedrag (tot maximum 1230 euro in 2018) kan worden gestort, maar de belastingvermindering slechts 25% bedraagt.
  • Verder zijn er nog een reeks wijzigingen doorgevoerd ingaande belastingverminderingen in verband met startende vennootschappen en groeibedrijven en is er een aanpassing van het reglementair en fiscaal kader betreffende private privaks. 

Wenst u meer informatie over dit onderwerp? Neem gerust contact met ons op. Onze experts staan voor je klaar.