• Investeert voortdurend in kennis
  • Pro-activiteit
  • Een persoonlijke service
  • Pragmatisch & Dynamisch
  • Uw boekhouding online

Interesse?

Contacteer ons vrijblijvend via onze contact- pagina of telefonisch via 055/30.14.41 

Wanneer wordt mijn vennootschap als klein of groot beschouwd?

Gepost op 3 december 2021 in Algemeen

De grootte van uw vennootschap heeft invloed op veel wettelijke verplichtingen en fiscale maatregelen, bijvoorbeeld wanneer u een liquidatiereserve wil aanleggen. Maar wanneer wordt een vennootschap nu als klein of groot beschouwd?

Boekjaren die aanvangen voor 31/12/2015

Volgens oud artikel 15 W. Venn. dat van toepassing is voor boekjaren die aanvangen voor 31/12/2015, wordt een vennootschap met rechtspersoonlijkheid als klein beschouwd wanneer zij voor het laatste en het voorlaatst afgesloten boekjaar niet meer dan 1 van volgende criteria overschrijdt:

  • Jaargemiddelde van het personeelbestand: 50
  • Jaaromzet (totaal van de opbrengsten, excl. de uitzonderlijke opbrengsten), exclusief btw: 7.300.000 euro
  • Balanstotaal: 3.650.000 euro

Een vennootschap die in de loop van twee opeenvolgende boekjaren niet meer dan 1 van deze criteria overschrijdt, zal met andere woorden als klein beschouwd worden gedurende het hele derde boekjaar. Van zodra het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedroeg, werd de vennootschap wel sowieso als groot beschouwd.

De vennootschap zal ook in het vierde boekjaar als klein worden beschouwd indien er tijdens het derde boekjaar nog steeds niet meer dan 1 criterium werd overschreden. Wordt er toch meer dan 1 criterium overschreden, zal de vennootschap voor de komende twee jaren niet meer als kleine vennootschap beschouwd worden (aangezien zowel in het laatste als voorlaatst afgesloten boekjaar slechts 1 criterium overschreden mag worden).

Voor vennootschappen die met 1 of meerdere andere vennootschappen verbonden zijn volgens artikel 11 W. Venn., worden voormelde criteria m.b.t. omzet en balanstotaal berekend op geconsolideerde basis. Volgens dit artikel wordt “met een vennootschap verbonden vennootschappen” bedoeld:

  • a) de vennootschappen waarover zij zelf een controlebevoegdheid uitoefent (dochtervennootschappen)
  • b) de vennootschappen die een controlebevoegdheid over haar uitoefenen (moedervennootschappen)
  • c) de vennootschappen waarmee zij een consortium vormt
  • d) de andere vennootschappen die, bij weten van haar bestuursorgaan, onder de controle staan van de vennootschappen bedoeld in a), b) en c)

Aangezien de omzet en het balanstotaal voor verbonden ondernemingen op balansdatum moeten worden vastgesteld, moet ook op dat moment nagegaan worden of ze verbonden zijn zoals gestipuleerd in artikel 11. Wanneer de verbondenheid pas in de loop van het boekjaar tot stand is gekomen, oordeelt de Commissie voor Boekhoudkundige Normen dat enkel het deel van de omzet evenredig aan de periode vanaf het ontstaan van de verbondenheid tot de afsluitdatum van het boekjaar in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van bovenstaande criteria (artikel 15 W. Venn.) op geconsolideerde basis. Concreet  betekent dit dat dus enkel de post-acquisitie omzet moet worden geselecteerd.

Controle over een vennootschap

Met controle over een vennootschap wordt de bevoegdheid in rechte of in feite bedoeld om een beslissende invloed uit te oefenen op de meerderheid van bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van het beleid.

De controle is in rechte:

  • wanneer zij voortvloeit uit het bezit van de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van de betrokken vennootschap;
  • wanneer een vennoot het recht heeft de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders te benoemen of te ontslaan;
  • wanneer een vennoot krachtens de statuten van de betrokken vennootschap of krachtens met die vennootschap gesloten overeenkomsten over de controlebevoegdheid beschikt;
  • wanneer op grond van een overeenkomst met andere vennoten van de betrokken vennootschap, een vennoot beschikt over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van die vennootschap;
  • in geval van gezamenlijke controle. Hieronder wordt de controle verstaan die een beperkt aantal vennoten samen uitoefenen wanneer zij zijn overeengekomen dat beslissingen omtrent de oriëntatie van het beleid niet zonder hun gemeenschappelijke instemming kunnen worden genomen.

De controle is in feite wanneer zij voortvloeit uit andere factoren dan deze hierboven vermeld. Tenzij het tegendeel wordt bewezen, wordt een vennoot vermoed over een controle in feite te beschikken wanneer hij op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van de vennootschap stemrechten heeft uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten verbonden aan de op deze algemene vergaderingen vertegenwoordigde aandelen.

Consortium

Er is sprake van een consortium wanneer een vennootschap enerzijds en 1 of meer andere vennootschappen naar Belgisch of buitenlands recht anderzijds, die geen dochtervennootschappen van elkaar zijn, noch dochtervennootschappen van één en dezelfde vennootschap, onder centrale leiding staan.

Vennootschappen worden onweerlegbaar vermoed onder centrale leiding te staan:

  • wanneer de centrale leiding van deze vennootschappen voortvloeit uit tussen deze vennootschappen gesloten overeenkomsten of uit statutaire bepalingen, of
  • wanneer hun bestuursorganen voor het merendeel bestaan uit dezelfde personen.

Tenzij het tegendeel wordt bewezen, worden vennootschappen vermoed onder centrale leiding te staan wanneer de meerderheid van hun aandelen worden gehouden door dezelfde personen.

De Dienst Voorafgaande Beslissingen oordeelt dat bovenstaand onweerlegbaar vermoeden enkel speelt op niveau van de ‘bestuurders’ zelf en niet op het niveau van hun ‘vaste vertegenwoordigers’.

Boekjaren die aanvangen vanaf 01/01/2016

In de Wet van 18 december 2015 werd de definitie van ‘kleine vennootschap’ gewijzigd. Deze nieuwe wet is van toepassing op de boekjaren die aanvangen na 31/12/2015.

Een vennootschap met rechtspersoonlijkheid wordt als klein beschouwd wanneer ze op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan 1 van volgende criteria overschrijdt:

  • Jaargemiddelde van het personeelbestand: 50
  • Jaaromzet, excl. de belasting over de toegevoegde waarde: 9.000.000 euro
  • Balanstotaal: 4.500.000 euro

Het overschrijden of niet meer overschrijden van meer dan 1 van deze criteria heeft pas gevolgen wanneer dit zich gedurende twee achtereenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan dan in vanaf het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin meer dan 1 van deze criteria voor de tweede keer (niet) werden overschreden. Deze bepaling heet het consistentiebeginsel: voor een éénmalige overschrijding zal een vennootschap haar statuut van kleine vennootschap met andere woorden niet verliezen, zoals een vennootschap door het éénmalig niet overschrijden van meer dan één criterium evenmin een kleine vennootschap zal worden.

Bij startende vennootschappen worden bovenstaande cijfers bij het begin van het boekjaar te goeder trouw ingeschat. Indien uit deze schatting zou blijken dat meer dan 1 van de criteria overschreden zal worden gedurende het eerste boekjaar, moet hiermee meteen rekening worden gehouden voor dat eerste boekjaar.

Bij verlengde of verkorte boekjaren, waarbij het boekjaar uitzonderlijk een duur van minder of meer dan 12 maanden heeft en de duur niet langer is dan 24 maanden min 1 kalenderdag, wordt het bedrag van de omzet vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 12 is en de teller het aantal maanden van het betrokken boekjaar. Elke begonnen maand wordt hierbij als een volle maand aanzien.

Wanneer de opbrengsten afkomstig uit het gewone bedrijf van een vennootschap voor meer dan de helft bestaan uit opbrengsten die niet aan de omschrijving beantwoorden van de post ‘omzet’, dan moet onder omzet het totaal van de bedrijfs- en financiële opbrengsten met uitsluiting van de niet-recurrente opbrengsten worden verstaan.

Ook hier worden de criteria met betrekking tot omzet en balanstotaal bij verbonden vennootschappen berekend op geconsolideerde basis. Met betrekking tot het criterium personeelsbestand wordt het aantal werknemers dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld, opgeteld.

Wanneer de vennootschap geen moedervennootschap is of geen consortium vormt, moeten de criteria echter niet op geconsolideerde basis beoordeeld worden. Er kan dus gekozen worden om bij de berekening van de grensbedragen de groottecriteria op geaggregeerde basis te berekenen. In dit geval worden de grensbedragen met betrekking tot het balanstotaal en de netto-omzet vermeerderd met 20%:

  • Jaaromzet, excl. de belasting over de toegevoegde waarde: 10.800.000 euro
  • Balanstotaal: 5.400.000 euro

Indien de balansdata van de verbonden vennootschappen van elkaar verschillen, moet de beoordeling van de groottecriteria gebeuren op basis van de laatst opgemaakte jaarrekeningen van deze verbonden vennootschappen. Met laatst opgemaakte jaarrekening wordt uitsluitend de jaarrekening met betrekking tot het laatst afgesloten boekjaar bedoeld.

De regels en bepalingen met betrekking tot de termen ‘verbonden vennootschappen’, ‘controle’ en ‘consortium’ zijn ongewijzigd gebleven.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief