
Elektrisch of plug-in: fiscale behandeling in 2026 en 2027
Vanaf 2027 brokkelt de fiscale aftrek voor elektrische wagens af. Het jaar van aanschaf legt daarbij het percentage vast voor de volledige gebruiksduur door dezelfde eigenaar, waardoor een handtekening in december iets heel anders waard is dan dezelfde handtekening in januari. Wat betekent dat voor je volgende wagen?
Elektrisch of plug-in: fiscale behandeling in 2026 en 2027
Vanaf 2027 brokkelt de fiscale aftrek voor elektrische wagens af. Het jaar van aanschaf legt daarbij het percentage vast voor de volledige gebruiksduur door dezelfde eigenaar, waardoor een handtekening in december iets heel anders waard is dan dezelfde handtekening in januari. Wat betekent dat voor je volgende wagen?
De vergroening van het wagenpark verloopt in fases, en 2026 is daarin een scharnierjaar. Klassieke benzine- en dieselwagens die dit jaar worden aangekocht, leveren fiscaal niets meer op: de beroepskosten zijn eenvoudigweg niet langer aftrekbaar. Dat stond al jaren in de steigers en verrast niemand meer.
Minder bekend is dat ook de elektrische wagen zijn uitzonderingspositie verliest. Niet meteen en niet volledig, maar de teller begint te lopen op 1 januari 2027. Wie pas na Nieuwjaar bestelt, verliest de aftrek van 100%. En anders dan bij veel fiscale maatregelen valt die keuze nadien niet meer bij te sturen: het percentage van het aanschafjaar blijft plakken, zolang de wagen niet van eigenaar verandert.
Het aanschafjaar bevriest het percentage
Daar zit de kern van de regeling. Het jaar waarin je de wagen aanschaft, bepaalt het aftrekpercentage voor zolang je die wagen gebruikt. Een elektrische wagen die in 2026 wordt besteld, of waarvoor het leasecontract in 2026 wordt ondertekend, blijft dus ook in pakweg 2029 of 2032 voor 100% aftrekbaar.
Beslissend is de datum op de bestelbon of het leasecontract, niet de levering. Wordt de wagen pas ergens in 2027 geleverd — bij de huidige levertermijnen bepaald geen uitzondering — dan verandert dat niets aan het percentage. De handtekening telt.
Bij een tweedehandsverkoop begint de klok wel opnieuw. De koper heeft zijn eigen jaar van aanschaf, en neemt niet dat van de eerste eigenaar over. Een wagen die in 2026 nieuw op de baan komt en in 2030 wordt doorverkocht, is bij de nieuwe eigenaar dus nog voor 75% aftrekbaar, ook al genoot zijn voorganger een fiscale aftrek op de volle 100%.
Het afbouwpad
Voor de aanschaf-, laad- en overige autokosten van een elektrische wagen ziet de afbouw er als volgt uit:
- aangeschaft in 2026 of vroeger: 100%;
- 2027: 95%;
- 2028: 90%;
- 2029: 82,5%;
- 2030: 75%;
- vanaf 2031: 67,5%.
Wie vandaag twijfelt tussen dit najaar en volgend voorjaar, weegt dus 100% af tegen 95%. Op één wagen is dat verschil bescheiden. Over een volledig wagenpark loopt het wel op.
Ook wagens die puur beroepsmatig rijden
Een misverstand dat regelmatig opduikt: de beperking treft niet alleen de bedrijfswagen die een vennootschap ter beschikking stelt van haar bedrijfsleider of werknemers. Ook de wagen die uitsluitend beroepsmatig wordt ingezet, valt eronder — denk aan de rondes van een huisarts of de verplaatsingen van een zelfstandige consulent. Personenbelasting en vennootschapsbelasting volgen hier hetzelfde stramien.
Eén uitzondering is het vermelden waard: de lichte vrachtauto ontsnapt aan de afbouw. Het beroepsmatige gebruik daarvan blijft integraal aftrekbaar. Voor wie materiaal vervoert, kan dat de keuze mee bepalen — al moet het voertuig dan wel fiscaal als lichte vracht kwalificeren, en daar hangen eigen technische voorwaarden aan vast.
Plug-inhybrides: twee verschillende werelden
Bij de plug-inhybride hangt zowat alles af van één vraag: werk je via een vennootschap of als natuurlijk persoon?
Oorspronkelijk zou de aftrek voor plug-ins samen met die van de klassieke verbrandingsmotoren sneuvelen begin 2026. Eind 2025 kwam er alsnog een zachtere landing, met als motivering dat elektrificatie niet overal en niet voor iedereen haalbaar is. Die verzachting geldt echter uitsluitend in de personenbelasting.
In de vennootschapsbelasting is er geen genade: voor plug-inhybrides aangeschaft vanaf 1 januari 2026 is de aftrek geschrapt. Loopt je activiteit via een vennootschap, dan is de plug-in fiscaal dus een doodlopend spoor.
Voor de zelfstandige natuurlijke persoon blijft de regeling wel overeind, maar met een opsplitsing per kostensoort. Die opsplitsing is ongebruikelijk en verklaart waarom de berekening aanmerkelijk ingewikkelder is dan bij een volledig elektrische wagen:
- De elektriciteitskosten volgen exact hetzelfde schema als bij elektrische wagens: 100% bij aanschaf in 2026, aflopend tot 67,5% vanaf 2031.
- Benzine en diesel leveren niets op. Die kosten zijn niet aftrekbaar, zonder meer.
- De overige kosten — leaseprijs, afschrijvingen, verzekeringspremies, onderhoud — hangen af van de uitstoot. De formule is 120% verminderd met 0,5% per gram CO₂ per kilometer, met daarbovenop een plafond dat jaar na jaar zakt.
Dat plafond is waar de afbouw echt bijt. Bij aanschaf in 2026 haalt de zuinigste plug-in — maximaal 50 gram CO₂ per kilometer — nog tot 100%; voor alle andere ligt de grens op 75%. In 2027 wordt dat respectievelijk 95% en 75%. Vanaf 2028 wordt dit 65%, in 2029 uiteindelijk 57,5%. Voor aanschaffingen vanaf 2030 is er geen aftrek meer voor wat de overige kosten betreft.
Het laadstation blijft voorlopig buiten schot
Eén lichtpunt: de investering in een laadstation ontspringt de dans. Zowel eenmanszaken als vennootschappen trekken die kosten voor 100% af, en dat geldt niet alleen voor het laadpunt zelf maar ook voor de randinfrastructuur zoals bekabeling en aanpassingen aan de elektriciteitscabine. Pas vanaf 2030 zakt dat percentage naar 75%.
Hoe ga je op de fiscaal meest gunstige manier hiermee om?
De praktische conclusie is voor een fiscale maatregel ongewoon eenvoudig. Zit een aankoop of leasing er hoe dan ook aan te komen, zet dan je handtekening ten laatste op 31 december. Je bevriest daarmee 100% aftrek voor de volledige gebruiksduur, ook als de wagen pas maanden later voor de deur staat.
De tweede conclusie is even eenvoudig: laat de fiscaliteit niet de enige stem in het debat zijn. Een wagen die niet past bij je verplaatsingspatroon, of een leasecontract dat je vier jaar vastklikt aan een model dat je eigenlijk niet wilt, kost je meer dan de vijf procentpunten die je uitspaart. Het verschil tussen 100% en 95% is reëel, maar het is geen reden om een beslissing te forceren die er nog niet is.
DISCLAIMER: Dit artikel werd gepubliceerd/voor het laatst gewijzigd op 27-08-2026 en werd opgesteld conform de op dat moment geldende wetgeving, rechtspraak, rechtsleer en interpretaties. Sinds voormelde datum kunnen er zich wijzigingen voordoen waardoor dit artikel verouderde informatie kan bevatten.
Deel dit artikel
Vond je dit artikel nuttig? Deel het met anderen die er baat bij kunnen hebben.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Cijfers saai? Voor jou misschien. Voor ons een speeltuin. Schrijf je in en ontvang nuchtere tips die je boekhouding laten glimlachen.
Wil jij je kennis verder uitbreiden?
Bij Certifisc krijg je alle ruimte om te groeien en je talenten volledig te benutten en ontwikkelen. Klaar om jouw toekomst vorm te geven?
Sluit je aan bij ons team