
Auteursrechten in IT: opnieuw mogelijk, maar met een aantal cruciale veranderingen
Vanaf 1 januari 2026 kan broncode opnieuw als auteursrechtelijk beschermd werk kwalificeren. Toch is dat geen onverdeeld goed nieuws: de forfaitaire kostenaftrek verdwijnt voor wie geen kunstwerkattest heeft. Wat betekent dat voor IT-profielen?
Auteursrechten in IT: opnieuw mogelijk, maar met een aantal cruciale veranderingen
Vanaf 1 januari 2026 kan broncode opnieuw als auteursrechtelijk beschermd werk kwalificeren. Toch is dat geen onverdeeld goed nieuws: de forfaitaire kostenaftrek verdwijnt voor wie geen kunstwerkattest heeft. Wat betekent dat voor IT-profielen?
Weinig fiscale regimes kenden de voorbije jaren zo'n grillig verloop als dat van de auteursrechten. Oorspronkelijk bedoeld voor auteurs, componisten en kunstenaars, vond de regeling gaandeweg gretig ingang in IT en consulting, waar softwareontwikkelaars een deel van hun vergoeding als auteursrechten lieten uitbetalen. Dat succes werd het regime deels fataal: de lage belastingdruk trok de aandacht van de wetgever, en in 2023 werd de softwaresector er expliciet uit geweerd.
Begin 2025 maakte de regering-De Wever een bocht: IT zou opnieuw van het stelsel gebruik mogen maken. In de sector leidde dat niet tot gejuich, maar tot bijkomende verwarring over wat nu wél en niet mag. Die onzekerheid wordt nog versterkt door een tweede wijziging die op 1 januari 2026 ingaat en het financiële voordeel voor de meeste IT-profielen fors uitholt.
Waar draait het auteursrechtenregime om?
Wie een oorspronkelijk, creatief werk maakt en de rechten daarop overdraagt aan een klant, werkgever of de eigen vennootschap, kan een deel van de vergoeding laten kwalificeren als roerend inkomen uit auteursrechten. Dat deel wordt belast aan een vlak tarief van 15% roerende voorheffing, los van het progressieve tarief op beroepsinkomen dat tot 50% kan oplopen. Bovendien zijn er geen sociale bijdragen op verschuldigd. Daarin schuilt de aantrekkingskracht van het stelsel.
Let op: die vrijstelling van sociale bijdragen geldt echter niet zonder meer voor de IT-sector: die blijft op RSZ-vlak uitgesloten, ook al is ze fiscaal opnieuw toegelaten. Voor softwareontwikkelaars kan het roerende karakter dus fiscaal spelen zonder dat de sociale bijdragen wegvallen
Wat verandert er op 1 januari 2026?
Tot nu toe kwam boven op het lage tarief een tweede voordeel: een forfaitaire kostenaftrek. Je mocht een vast percentage als kosten inbrengen zonder één bewijsstuk. Op de eerste schijf ging het om de helft, wat het effectieve tarief tot 7,5% terugbracht. Op de tweede schijf ging het over een percentage van 25%.
Vanaf 2026 verdwijnt dat forfait, behalve voor wie een kunstwerkattest bezit. De 15% wordt dan op het volledige brutobedrag berekend. Het verschil op 10.000 euro:

Het kunstwerkattest als scharnier
Wie het forfait wil behouden, heeft vanaf 2026 een kunstwerkattest nodig. Dat bestaat sinds 2024 en wordt afgeleverd door de Kunstwerkcommissie aan wie een professionele artistieke activiteit uitoefent in een erkend kunstdomein (audiovisuele en beeldende kunst, muziek, literatuur, theater, choreografie of strips). Voor de doorsnee IT-consultant is dat niet haalbaar, waardoor het forfait wegvalt. Let op: het aparte startersattest geeft geen recht op het kostenforfait.
Voor welke IT-profielen speelt dit?
Bepalend is of je oorspronkelijk, creatief werk voortbrengt en de rechten overdraagt. Softwareontwikkelaars, programmeurs en IT-architecten die broncode schrijven, komen in principe in aanmerking; puur uitvoerende of ondersteunende functies zoals helpdesk en systeembeheer doorgaans niet. De grens is zelden haarscherp; wie zekerheid wil, vraagt best een ruling aan bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen.
De overige spelregels uitgelicht
- 30/70-verhouding: auteursrechten mogen hoogstens 30% van de totale vergoeding uitmaken.
- Jaarplafond: maximaal 77.220 euro (geïndexeerd 2026); alles daarboven wordt progressief belast.
- Vierjaarlijks gemiddelde: overschrijding van het plafond op basis van het gemiddelde van de vier vorige jaren doet het regime voor het volledige jaar vervallen.
Wat als je al auteursrechten hebt ontvangen? Werd in de eerste helft van 2026 nog het kostenforfait toegepast, dan volgt bij de aangifte personenbelasting (aanslagjaar 2027) een retroactieve correctie met bijbetaling.
Blijven auteursrechten de moeite waard?
In de meeste gevallen wel, mits aan alle voorwaarden is voldaan. Wordt hetzelfde bedrag als loon uitgekeerd, dan gaat er al snel zo'n 50% personenbelasting én ruim 20% sociale bijdragen af. Op auteursrechten betaal je, ook zonder forfait, 15% en geen sociale bijdragen. Het voordeel blijft dus reëel; het is enkel kleiner geworden voor wie het forfait verliest.
Wat wél relevanter wordt, is de mogelijkheid om je werkelijke kosten te bewijzen en af te trekken. Zolang het forfait bestond was dat zelden interessant; nu het wegvalt, kan die piste het bekijken waard zijn. Eenvoudig is het niet: aan auteursrechten zijn doorgaans weinig kosten toe te wijzen, je hebt sluitende bewijsstukken nodig en het verhoogt de kans op controle.
AVERTISSEMENT: Cet article a été publié/modifié pour la dernière fois le 20/08/2026 et a été rédigé conformément à la législation, la jurisprudence, la doctrine juridique et les interprétations en vigueur à ce moment-là. Depuis cette date, des changements peuvent avoir eu lieu rendant cet article potentiellement obsolète.
Partager cet article
Avez-vous trouvé cet article utile? Partagez-le avec d'autres qui pourraient en bénéficier.
Inscrivez-vous à notre newsletter
Les chiffres, ennuyeux ? Pour vous peut-être. Pour nous, c'est un terrain de jeu. Inscrivez-vous et recevez des conseils concrets qui font sourire votre comptabilité.
Voulez-vous approfondir vos connaissances?
Chez Certifisc, vous avez tout l'espace pour grandir et exploiter pleinement vos talents et les développer. Prêt à donner une forme à votre avenir?
Rejoignez notre équipe