
De wet tot hervorming van de personenbelasting: een beknopt overzicht van de fiscale regelgeving
Twee wetsontwerpen zorgen er de komende jaren voor dat de personenbelasting en een aantal administratieve verplichtingen grondig van gedaante veranderen. In deze blog nemen we u mee door de belangrijkste maatregelen, zodat u precies weet wat er op u afkomt en wanneer.
De wet tot hervorming van de personenbelasting: een beknopt overzicht van de fiscale regelgeving
Twee wetsontwerpen zorgen er de komende jaren voor dat de personenbelasting en een aantal administratieve verplichtingen grondig van gedaante veranderen. In deze blog nemen we u mee door de belangrijkste maatregelen, zodat u precies weet wat er op u afkomt en wanneer.
De wetgever werkt op dit moment aan een ingrijpende hervorming van de personenbelasting, en daar liggen twee afzonderlijke wetsontwerpen aan de basis van. Het eerste is het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting (56-1243), dat op 9 juli 2026 al werd goedgekeurd. Het tweede is het wetsontwerp ‘lagere kosten II’ (56-1593), dat op dit ogenblik nog volop in de Kamercommissie Financiën en Begroting wordt behandeld. Hieronder overlopen we het eerste wetsontwerp in detail: we bekijken welke impact dit ontwerp heeft en vanaf wanneer die impact zich laat voelen.
Deze hervorming raakt zowat elk onderdeel van de personenbelasting, gaande van de belastingvrije som tot de bezoldiging van bedrijfsleiders. Om het geheel overzichtelijk te houden, groeperen we de verschillende maatregelen hieronder per thema.
1. Belastingvrije som en gezinslasten
Een eerste reeks maatregelen richt zich op de belastingvrije som en op wie kinderen of andere personen ten laste heeft. De belangrijkste ingrepen zijn de volgende:
- De belastingvrije som wordt opgetrokken van 4.785 euro naar 6.230 euro (het gaat om te indexeren bedragen). Deze verhoging wordt gespreid ingevoerd over de aanslagjaren 2027 tot en met 2031.
- De toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste worden gelijkgeschakeld, zodat er voortaan geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen een eerste en een tweede kind. Deze toeslagen worden stapsgewijs verhoogd tussen de aanslagjaren 2027 tot en met 2030.
- De toeslagen op de belastingvrije som voor personen ten laste worden tijdelijk niet geïndexeerd en blijven bevroren op het peil van aanslagjaar 2026, waarbij een uitzondering geldt voor een gehandicapte persoon. Deze bevriezing loopt over de aanslagjaren 2027 tot en met 2030.
- Er wordt een minimaal belastingkrediet voor kinderen ten laste ingevoerd, van toepassing over de aanslagjaren 2027 tot en met 2031.
- Ter ondersteuning van de laagste lonen wordt de fiscale werkbonus verhoogd, en dit in de aanslagjaren 2027 en 2029.
2. Huwelijksquotiënt en gezinssituaties
Daarnaast wordt een aantal regels rond het huwelijksquotiënt en specifieke gezinssituaties bijgestuurd:
- Voor koppels waarbij beide partners beroepsinkomsten hebben, wordt het huwelijksquotiënt afgebouwd vanaf aanslagjaar 2027, om vervolgens vanaf aanslagjaar 2033 volledig te worden opgeheven.
- Voor koppels waarvan beide partners op 1 januari van het aanslagjaar de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebben, geldt een uitdoofscenario: de afbouw start in aanslagjaar 2027 en strekt zich uit over bijna twintig jaar, met een volledige opheffing vanaf aanslagjaar 2046.
- Genieters van doctoraatsbursalen worden vanaf aanslagjaar 2027 uitgesloten van het belastingkrediet voor kinderen ten laste.
- De aftrek van gekapitaliseerde onderhoudsuitkeringen wordt beperkt, en dit vanaf 1 januari 2027.
3. Vervangingsinkomens en uitkeringen
Ook op het vlak van vervangingsinkomens en uitkeringen staan er enkele wijzigingen op til:
- De belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen wordt opgeheven over de aanslagjaren 2027 tot en met 2029.
- De belastingvermindering voor pensioenen wordt verlaagd vanaf aanslagjaar 2027.
- Het leefloon wordt principieel belastbaar als vervangingsinkomen vanaf 1 januari 2026.
- Voor gepensioneerden die willen bijverdienen, wordt een afzonderlijke heffing van 33% ingevoerd, die enkel voor werknemers geldt, en dit vanaf 1 januari 2027.
4. Werk, sport en vrijwillig overwerk
Een volgende cluster van maatregelen betreft de arbeidsmarkt, de sportsector en het vrijwillig overwerk:
- Het aantal vrijwillige overuren dat belastingvrij gepresteerd kan worden, wordt opgetrokken, waarbij deze regeling meteen definitief wordt gemaakt vanaf 1 januari 2026.
- Jonge sporters kunnen voortaan al vanaf de leeftijd van 15 jaar genieten van het fiscaal gunstregime, en dit vanaf 1 januari 2026.
- Het stelsel van de auteursrechten wordt uitgebreid naar de IT-sector vanaf 1 januari 2026.
5. Zelfstandigen en bedrijfsleiders
Zelfstandigen en bedrijfsleiders krijgen met een reeks specifieke maatregelen te maken, die zowel voordelen als bijkomende verplichtingen inhouden:
- Er komt een onweerlegbaar vermoeden van normaal beheer voor verrichtingen die niet meer opbrengen dan 2.000 euro (geïndexeerd), de zogenaamde de minimis-vrijstelling, en dit vanaf aanslagjaar 2027.
- Voor zelfstandigen zonder vennootschap wordt een nieuwe specifieke ondernemersaftrek van 10% ingevoerd, met een maximum van 311 euro (niet-geïndexeerd) dat oploopt tot 415 euro (niet-geïndexeerd) in aanslagjaar 2030. Deze aftrek geldt vanaf aanslagjaar 2027.
- De vermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen wordt afgeschaft voor zelfstandige natuurlijke personen (winsten, baten en bezoldiging van de meewerkende echtgenote), waarbij de bonificatie op de ‘normale VA’ wel behouden blijft. Dit geldt vanaf aanslagjaar 2027.
- Voor bedrijfsleiders wordt een vijfde periode van voorafbetalingen ingevoerd, die loopt tot 20 februari van het jaar X+1, en dit vanaf aanslagjaar 2027.
- De minimale bedrijfsleidersbezoldiging wordt opgetrokken naar 50.000 euro, waarbij het grensbedrag jaarlijks geïndexeerd wordt, van toepassing vanaf aanslagjaar 2027.
- De forfaitaire voordelen van alle aard worden beperkt tot 20% van het brutoloon, zowel voor werknemers als voor bedrijfsleiders, met afzonderlijke categorieën en sancties, en dit vanaf aanslagjaar 2027.
6. Sociale zekerheid
Tot slot wordt de bijzondere bijdrage sociale zekerheid vanaf 1 januari 2028 ‘single proof’ gemaakt.
Wat betekent dit voor u?
De hervorming van de personenbelasting (56-1243) is intussen goedgekeurd en wordt gefaseerd ingevoerd, gespreid over meerdere aanslagjaren tot en met aanslagjaar 2046.
Zowel werknemers, gepensioneerden, zelfstandigen als bedrijfsleiders zullen de gevolgen ervan ondervinden, gaande van een hogere belastingvrije som tot strengere regels rond de voordelen van alle aard en de voorafbetalingen. Het wetsontwerp ‘lagere kosten II’ bevindt zich daarentegen nog in een vroeger stadium van de parlementaire behandeling en verdient dan ook verdere opvolging.
AVERTISSEMENT: Cet article a été publié/modifié pour la dernière fois le 06/08/2026 et a été rédigé conformément à la législation, la jurisprudence, la doctrine juridique et les interprétations en vigueur à ce moment-là. Depuis cette date, des changements peuvent avoir eu lieu rendant cet article potentiellement obsolète.
Partager cet article
Avez-vous trouvé cet article utile? Partagez-le avec d'autres qui pourraient en bénéficier.
Inscrivez-vous à notre newsletter
Les chiffres, ennuyeux ? Pour vous peut-être. Pour nous, c'est un terrain de jeu. Inscrivez-vous et recevez des conseils concrets qui font sourire votre comptabilité.
Voulez-vous approfondir vos connaissances?
Chez Certifisc, vous avez tout l'espace pour grandir et exploiter pleinement vos talents et les développer. Prêt à donner une forme à votre avenir?
Rejoignez notre équipe