
Passieve holdings onder druk: is jouw holding meer dan een doorgeefluik?
De fiscus kijkt steeds kritischer naar holdings zonder eigen economische activiteit. Een recent arrest van het hof van beroep te Bergen bevestigde de weigering van de DBI-aftrek op ontvangen dividenden, met een dubbele belasting van dezelfde winst als gevolg. Wat betekent die evolutie voor jouw structuur?
Passieve holdings onder druk: is jouw holding meer dan een doorgeefluik?
De fiscus kijkt steeds kritischer naar holdings zonder eigen economische activiteit. Een recent arrest van het hof van beroep te Bergen bevestigde de weigering van de DBI-aftrek op ontvangen dividenden, met een dubbele belasting van dezelfde winst als gevolg. Wat betekent die evolutie voor jouw structuur?
Holdingvennootschappen zijn in België gemeengoed. Ze worden opgericht om risico’s te spreiden, participaties te beheren, een overname te financieren of een familiale opvolging voor te bereiden. Lange tijd volstond het om formeel aan de wettelijke voorwaarden te voldoen. Die tijd is voorbij. Zowel de Belgische fiscus als buitenlandse administraties toetsen vandaag of de holding wel een eigen economische functie heeft. Structuren die in de praktijk niets meer doen dan aandelen aanhouden en dividenden doorsluizen, verliezen hun fiscale voordelen.
Waar het fiscale voordeel zit
Het voordeel van een holding schuilt vooral in de DBI-aftrek (artikelen 202 tot 205 WIB92). Dividenden die een moedervennootschap ontvangt uit een deelneming worden afgetrokken van haar belastbare basis, zodat dezelfde winst niet tweemaal wordt belast. Daarvoor gelden drie voorwaarden: een participatievoorwaarde (minstens 10% of een aanschaffingswaarde boven de wettelijke drempel), een taxatievoorwaarde en een minimale houdperiode van één jaar. Daarnaast geldt binnen de groep vaak een vrijstelling van roerende voorheffing, zodat winst van dochter naar moeder kan stromen zonder bijkomende heffing.
De antimisbruikbepaling als hefboom van de fiscus
Precies daarop grijpt de administratie in. Artikel 203, § 1, 7° WIB92 – ingevoerd door de wet van 1 december 2016 in uitvoering van de gewijzigde Europese moeder-dochterrichtlijn – sluit de DBI-aftrek uit wanneer het dividend verbonden is met een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen die kunstmatig zijn, dus niet opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen, én die als hoofddoel of één van de hoofddoelen het verkrijgen van die aftrek hebben. Een analoge bepaling bestaat voor de vrijstelling van roerende voorheffing (artikel 266, vierde lid WIB92). Los daarvan blijft ook de algemene antimisbruikbepaling van artikel 344, §1 WIB92 beschikbaar.
De bewijslast voor beide elementen ligt bij de administratie. Slaagt zij daarin, dan is het aan jou om tegenbewijs te leveren, en dat lukt enkel met een dossier dat de zakelijke logica van de structuur hard maakt.
Wat de rechtspraak leert
In het arrest van het hof van beroep te Bergen van 21 januari 2026 werd binnen een familiale groep een nieuwe holding opgericht om bepaalde aandeelhouders uit te kopen uit een bestaande holding. De aandelen werden overgenomen zonder onmiddellijke betaling, en kort daarna stroomden dividenden uit de operationele vennootschap door om die prijs af te lossen. Het hof oordeelde dat de holding zelf nauwelijks activiteit uitoefende en bestempelde de opzet als kunstmatig. Gevolg: de DBI-aftrek werd geweigerd en de winst, die al in de dochter belast was, werd een tweede keer belast.
Die lijn stond niet alleen. De rechtbank van eerste aanleg te Brugge kwam in een vonnis van 21 oktober 2024 tot een vergelijkbare conclusie voor een holding die bij een overname louter als tussenschakel fungeerde. En de Nederlandse Hoge Raad weigerde op 18 juli 2025 in twee zaken de inhoudingsvrijstelling aan Belgische houdstervennootschappen zonder kantoor, personeel of enige betrokkenheid bij hun Nederlandse deelneming. Twee vaststellingen daaruit verdienen aandacht: een structuur die bij de oprichting wél zakelijk was, kan later kunstmatig worden wanneer haar oorspronkelijke functie wegvalt en de vennootschap zonder nieuwe rol in stand blijft; en zelfs een holding met een echte onderneming kan in de fout gaan voor één deelneming waarmee geen functioneel verband bestaat.
Hoe maak je van je holding een actieve holding?
De holding mag geen doorgeefluik zijn, maar moet aantoonbaar eigen beheerstaken opnemen. Concreet:
- Neem effectief bestuurstaken op: de strategische aansturing van de dochters, de opvolging van budgetten en businessplannen, deelname aan hun bestuursorgaan.
- Sluit een management- of dienstenovereenkomst met de dochters af, voorzie een marktconforme vergoeding en factureer die ook effectief.
- Bouw eigen middelen uit: een ingericht bureel, uitrusting, personeel of vaste medewerkers die reële taken op holdingniveau uitvoeren.
- Documenteer alles: inhoudelijke agenda’s en uitgebreide notulen op holdingniveau over strategie, investeringen, financiering en de opvolging van de participaties.
- Toon aan dat de holding zélf beslist wat er met de ontvangen dividenden gebeurt. Middelen die vrijwel onmiddellijk doorvloeien naar de achterliggende aandeelhouders zijn een duidelijke rode vlag.
Die taken moeten structureel worden uitgeoefend, niet occasioneel, en moeten achteraf aantoonbaar zijn. Een goed dossier bouw je op terwijl je de beslissingen neemt, niet op het moment dat de controleur aanbelt.
Blijft een holding de moeite waard?
Ja, mits ze substantie heeft. De klassieke redenen om met een holding te werken – risicospreiding, gecentraliseerd beheer, overnamefinanciering, familiale planning – blijven volkomen legitiem. Wat verdwijnt, is de vrijblijvendheid: fiscale voordelen worden niet langer toegekend op basis van de vorm alleen.
Bestaande structuren vragen dus extra waakzaamheid. Ga na waarom je holding oorspronkelijk werd opgericht en of haar bevoegdheden zijn meegegroeid met de activiteiten binnen de groep. Is de operationele dochter intussen verkocht, of zijn de activiteiten verschoven zonder dat de rol van de holding werd bijgestuurd? Dan is een doorlichting geen luxe. Wie volledige zekerheid wil over een geplande herstructurering, kan bovendien altijd een voorafgaande beslissing aanvragen bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen.
AVERTISSEMENT: Cet article a été publié/modifié pour la dernière fois le 03/09/2026 et a été rédigé conformément à la législation, la jurisprudence, la doctrine juridique et les interprétations en vigueur à ce moment-là. Depuis cette date, des changements peuvent avoir eu lieu rendant cet article potentiellement obsolète.
Partager cet article
Avez-vous trouvé cet article utile? Partagez-le avec d'autres qui pourraient en bénéficier.
Inscrivez-vous à notre newsletter
Les chiffres, ennuyeux ? Pour vous peut-être. Pour nous, c'est un terrain de jeu. Inscrivez-vous et recevez des conseils concrets qui font sourire votre comptabilité.
Voulez-vous approfondir vos connaissances?
Chez Certifisc, vous avez tout l'espace pour grandir et exploiter pleinement vos talents et les développer. Prêt à donner une forme à votre avenir?
Rejoignez notre équipe