• Investeert voortdurend in kennis
  • Pro-activiteit
  • Een persoonlijke service
  • Pragmatisch & Dynamisch
  • Uw boekhouding online

Interesse?

Contacteer ons vrijblijvend via onze contact- pagina of telefonisch via 055/30.14.41 

Abnormale en goedgunstige voordelen: wanneer belast bij de verstrekker?

Abnormale en goedgunstige voordelen: wanneer belast bij de verstrekker?

Gepost op 7 december 2015 in Boekhouding

 

Normaliter belast men een onderneming enkel op de winst die ze heeft gemaakt en niet op de winst die ze had kunnen maken. Het verlenen van abnormale of goedgunstige voordelen zijn daarop een belangrijke uitzondering. Hierbij ziet een vennootschap immers af van winst die ze anders wel kon maken. Daarom worden deze voordelen toch bij de verstrekker belast. We leggen uit hoe dat precies in zijn werk gaat.

Principe: enkel winst die een vennootschap maakt, wordt belast

Het lijkt logisch: een onderneming betaalt enkel belastingen op de winst die ze effectief maakt. Maar wat als een vennootschap er bewust voor kiest om geen winst te maken, waar dat wel kan, door bijvoorbeeld diensten gratis of zwaar onder de kostprijs uit te voeren. Bij een gewone prijs zou de vennootschap belastbare winst gemaakt hebben, maar door de dienst gratis weg te schenken, is er van winst geen sprake. De vennootschap heeft een abnormaal of goedgunstig voordeel verstrekt. In dat geval kan de gemiste 'winst' toch belast worden.

Abnormale en goedgunstige voordelen: een definitie

Men spreekt van een voordeel als de genieter zich verrijkt, zonder dat hij daarvoor een (evenwaardige) tegenprestatie moet leveren, bijvoorbeeld omdat hij de dienst gratis krijgt. Een voordeel is abnormaal wanneer het in strijd is met de gewone gang van zaken, de gevestigde regels en gewoonten of tegen wat in dergelijke gevallen gebruikelijk is. Het is bijvoorbeeld ongebruikelijk dat onafhankelijke partijen elkaar diensten/goederen leveren onder de marktprijs. Een voordeel is goedgunstig wanneer de verstrekker van het voordeel geen evenredige tegenprestatie in ruil krijgt.

Het spreekt voor zich dat het abnormaal is om goederen of diensten tegen een te lage of hoge prijs te leveren. Toch is dat niet altijd zo vanzelfsprekend. Om tot een juist oordeel te komen, moet men alle omstandigheden steeds mee in de beoordeling betrekken. Zo lijkt het toestaan van een renteloze lening aan een dochter op het eerste zicht abnormaal. Maar als zij zonder deze renteloze lening failliet dreigt te gaan en daarenboven het faillissement van andere vennootschappen van de groep zou veroorzaken en uiteraard ook een negatieve invloed op het imago en de kredietwaardigheid van de moeder zou hebben, lijkt het toestaan van een renteloze lening al minder abnormaal. Dit kan immers een direct voordeel bieden aan de moeder. De renteloze lening kost haar minder dan dat het eventueel faillissement van haar dochter(s) zou kosten. In de rechtspraak bestaat hierover geen eensgezindheid.

Belast bij de verstrekker

Het verstrekte voordeel wordt aan de winst van de voordeelverstrekker toegevoegd en bij hem belast.

Uitzondering als het voordeel bij de genieter kan worden belast

Is de verkrijger van het voordeel een Belgische vennootschap die hierop belast kan worden, dan moet men het voordeel niet bij de winst van de verstrekker tellen:

  • nv X neemt diensten af van dochter Y en betaalt daarvoor een prijs die hoger is dan de marktprijs = X heeft een abnormaal voordeel toegestaan (tussen 2 onafhankelijke bedrijven zou men de marktprijs betalen) = hierdoor heeft Y een hogere winst = het voordeel wordt bij Y belast = het voordeel moet niet aan de winst van voordeelverstrekker X worden toegevoegd;
  • nv X levert diensten aan dochter Y en rekent daarvoor een prijs die lager is dan de marktprijs = X heeft een abnormaal voordeel toegestaan (tussen 2 onafhankelijke bedrijven zou men de marktprijs aanrekenen) = hierdoor heeft Y minder kosten en daardoor een hogere winst = het voordeel wordt (onrechtstreeks) bij Y belast = het voordeel moet niet aan de winst van voordeelverstrekker X worden toegevoegd.

Uitzondering op de uitzondering

In een aantal gevallen kan de voordeelverstrekker niet aan de belastingen 'ontsnappen', zelfs niet als men het voordeel bij de genieter kan belasten. Dat is het geval als:

  • de binnenlandse voordeelverstrekker en de buitenlandse genieter rechtstreeks of onrechtstreeks een enigerlei band van wederzijdse afhankelijkheid hebben (bijv. moeder en dochter); OF
  • de buitenlandse genieter in het land van vestiging geen inkomstenbelastingen moet betalen of aan een aanzienlijk gunstiger fiscaal tarief dan in België is onderworpen; OF
  • de genieter een buitenlandse vennootschap is die belangen heeft met één van de hierboven vermelde vennootschappen (= een tussenvennootschap).