• Investeert voortdurend in kennis
  • Pro-activiteit
  • Een persoonlijke service
  • Pragmatisch & Dynamisch
  • Uw boekhouding online

Interesse?

Contacteer ons vrijblijvend via onze contact- pagina of telefonisch via 055/30.14.41 

Aanvullend pensioen: uitstel voor definitieve regeling Wijninckx-bijdrage

Aanvullend pensioen: uitstel voor definitieve regeling Wijninckx-bijdrage

Gepost op 7 december 2015 in Boekhouding

, dan moet u in een aantal gevallen een bijzondere bijdrage van 1,50% betalen. De invoering van deze zogenaamde "Wijninckx-bijdrage" gebeurt in 2 fasen. De inwerkingtreding van de tweede definitieve fase werd tot 1 januari 2017 uitgesteld.

Stort u premies voor de samenstelling van een aanvullend pensioen ten voordele van een loontrekkende werknemer, dan zijn die premies onderworpen aan een speciale socialezekerheidsbijdrage van 8,86%. In enkele gevallen (lees: voor hoge aanvullende pensioenen) moet men ook een bijzondere bijdrage van 1,50% betalen. Deze bijdrage wordt ook geheven op de bijdragen en premies die men stort voor de opbouw van aanvullende pensioenen van zelfstandige bedrijfsleiders.

Via de bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 1,50 % op de gestorte premies van meer dan 30.000 euro per jaar, wil men 'buitensporige' aanvullende pensioenen vermijden. Deze bijdrage kreeg de naam "Wijninckx-bijdrage", genoemd naar voormalig minister van Pensioenen (1977-1979) Jos Wijninckx, en moet door de werkgever of de vennootschap aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) worden betaald op een specifiek daarvoor geopende rekening. Betaalt men de bijdrage niet op tijd, dan is een verhoging van 1% per maand op het gedeelte van de bijdrage dat niet tijdig werd betaald, ambtshalve en zonder ingebrekestelling, verschuldigd. 

Overgangsregeling met drempelbedrag

Er loopt een voorlopige regeling of overgangsregeling van 1 januari 2012 tot 31 december 2015. Tijdens deze overgangsfase moet men de bijzondere bijdrage alleen maar betalen wanneer de som van de stortingen van de bijdragen en/of de premies die u betaalt voor de opbouw van een aanvullend pensioen voor een werknemer, meer dan 30.000 euro per jaar bedraagt (geïndexeerd bedrag voor 2015: 31.212 euro). De bedragen die door u én door uw werknemer worden betaald, tellen mee om te bepalen of de grens van 30.000 euro wordt overschreden. Maar de bijzondere bijdrage wordt enkel berekend op het werkgeversdeel en is verschuldigd in het vierde trimester van elk jaar.

Definitieve regeling met pensioendoelstelling

In de definitieve regeling is een andere berekeningsbasis van toepassing en vervangt men het drempelbedrag door de zogenaamde 'pensioendoelstelling'. Die is gelijk aan het maximale ambtenarenpensioen vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk.

In de definitieve regeling moet men de bijzondere bijdrage dus voor alle stortingen betalen zodra de som van het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen de 'pensioendoelstelling' van de betrokkene overschrijdt. Vzw SIGeDIS, de pensioendatabank van de tweede pijler, stelt dit jaarlijks vast en deelt dit mee aan de werkgever/vennootschap, die daarop - in het vierde kwartaal van het bijdragejaar - de bijzondere bijdrage van 1,50 % moet betalen.

Deze definitieve regeling zou normaal in voege treden op 1 januari 2016. Maar de pensioeninstellingen krijgen meer tijd voor het doorvoeren van de vereiste wijzigingen (elke pensioendoelstelling moet individueel worden behandeld). De datum van inwerkingtreding van de definitieve regeling werd daarom uitgesteld tot 1 januari 2017.